Door Marjolein Moorman op 10 februari 2016

Speech Marjolein Moorman – 70 jaar

Lieve partijgenoten,

Gefeliciteerd met onszelf!

70 jaar geleden werd mijn oma lid van de PvdA. Meteen vanaf het allereerste uur. Ze was toen 30 jaar oud. Uiteindelijk is ze 67 jaar lid geweest, tot aan haar dood.

Ik heb nooit echt met haar kunnen praten over mijn eigen inzet voor de PvdA. Vanaf het moment dat ik in de fractie kwam, was zij al teveel verdwaald geraakt in haar hoofd. Maar wat had ik het er graag met haar over willen hebben. En haar willen vragen wat haar bewoog om destijds lid te worden. Of ik een uitgebreid antwoord had gekregen weet ik niet. Mijn oma was een echte Noord-Oost Groningse, niet van het praten. Waarschijnlijk had ze iets gezegd als: dat deed je gewoon. Wij waren van de rode familie.

Het gezin waarin ik opgroeide was ook rood. Opvallend rood, notabene in Wassenaar, een dorp dat heel erg liberaal stemde. Bij mijn vriendinnetjes lazen ze de TrosKompas. Bij ons thuis de VARA gids. Op zaterdag stond de Rode Haan aan. Freek de Jonge was een held. En ik heb mijn ouders voor het eerst zien huilen op 24 december 1987, de dag dat Joop den Uyl stierf.

70 jaar PvdA. Dat is een hele tijd. Een waarlijk nieuw begin van ons politiek leven, zeiden de oprichters 70 jaar geleden. En nu hoor je sommigen zeggen: 70 jaar, das oud genoeg hoor, tijd om er een eind aan te breien.

Want wat moet je nog bereiken na 70 jaar? Wat is er nog over van de strijd die we 70 jaar geleden starten. Van de idealen, van de dromen van de vergezichten. Hebben we niet allang bereikt wat we wilden bereiken?

In Amsterdam hebben we in ieder geval heel wat bereikt. Dat durf ik zonder al teveel valse bescheidenheid te zeggen. Ik sta hier op de schouders van reuzen. Van giganten die mij voor gingen. Den Uyl, Schaeffer, van Thijn, van der Laan, Asscher. Wel allemaal mannen. Dat dan weer wel.

Maar wat hebben ze veel voor elkaar gekregen voor deze stad! Het wethouderssocialisme, 100 jaar geleden gestart door Wibaut en de Miranda heeft heel lang stand gehouden in Amsterdam. En vond op elke uitdaging een nieuw antwoord. De wederopbouw na de tweede wereldoorlog, de overloop naar randgemeenten in de jaren zeventig, de grote stadsvernieuwing onder leiding van Schaeffer. De stad groeide, en kromp en groeide weer en vroeg steeds weer wat anders van haar bestuurders.

68 jaar mochten wij zonder onderbreking de stad besturen vanuit onze sociaal-democratische uitgangspunten: een stad voor iedereen blijven. Een stad als een emancipatiemachine, waar iedereen die wil, de kans krijgt om mee te doen en het beste uit zichzelf te halen. Een gemengde stad, met de meeste nationaliteiten ter wereld, waarin verbinding en solidariteit voorop staan. Een stad om trots op te zijn!

Toch is het niet erg om het ook eens vanuit een oppositierol te bekijken. Juist om dichter bij het antwoord van de vraag te komen, wat onze waarde voor de stad in deze tijd nog is. Heeft de sociaal-democratie nog wat toe te voegen aan Amsterdam?

Een ding is duidelijk. In het huidige politieke klimaat zijn mensen niet meer lid uit gewoonte of omdat het gewoon zo is. Er zijn minder en minder mensen zoals mijn oma, voor wie een lidmaatschap vanzelfsprekendheid is. Mensen zijn kritischer, ongeduldiger, minder loyaal ook. Ze willen voortdurend opnieuw overtuigd worden. En daar is in wezen niets mis mee.

Maar het stelt ons wel steeds voor de vraag: doet sociaal democratie er nog toe in deze tijd. Zitten mensen er nog op te wachten?

Als je naar de peilingen kijkt, dan vraag je je dat weleens af.

Maar toch, kunt u zich een stad, een land, een samenleving zonder sociaal democratie voorstellen? De brede volkspartij die omkijkt naar mensen in alle delen van de samenleving. Die staat voor verbinding en solidariteit. Die gelijke kansen, emancipatie en vrijheid als hoogste doel heeft. Die onvermoeibaar strijdt voor beter onderwijs, goed werk, betaalbare woningen en goede zorg voor iedereen. Waarbij idealisme, realisme niet uitsluit en realisme, idealisme niet. Waar altijd geldt niet zeuren, maar poetsen. Nooit wegkijken, maar eropaf. Waar debat integraal onderdeel is van de partijcultuur. Waar diversiteit in de vezels zit.

Ik hoor u denken: Jahaa, natuurlijk, maareh geldt dat nog wel voor de PvdA vandaag de dag?

En mijn antwoord is: Ja, natuurlijk geldt dat! Kijk naar onze fractie, allemaal goede mensen die zich elke dag hard maken voor betaalbaar wonen, goed onderwijs, goede zorg, een veilige stad. En laten we de diversiteit niet vergeten van de fractie. Een echte Amsterdamse PvdA-fractie!

Onze idealen zijn niet veranderd, maar de tijd verandert wel. En elke tijd stelt een andere vraag aan onze idealen. Hoe bouw je de stad op na de oorlog? Hoe ga je woningnood te lijf? Hoe stop je de leegloop van de middenklasse uit de stad? Hoe zorg je er ervoor dat nieuwkomers goed integreren in de samenleving. Dat verworven vrijheden niet opnieuw onder druk komen? Dat bevolkingsgroepen niet tegenover elkaar komen te staan? Hoe ga je om met toenemend individualisme en een doorgeschoten diplomacultuur? Hoe beteugelen we de schaduwzijde van economisch succes? Al deze vragen vergen elke keer weer een goed sociaal democratisch antwoord. En dat is niet altijd makkelijk. In 70 jaar tijd loopt dat weleens scheef en heb je soms (vaak) stevige discussie wat het beste antwoord is.

Maar niemand kan beweren dat sociaal democratie niet meer nodig is. In een tijd dat er een volksverhuizing bezig is in de wereld, de tweedeling groeit in de stad, er nog steeds 600.000 werklozen zijn, arbeidszekerheid een luxe begint te worden, waarin huizenprijzen exploderen en nog steeds 25% van de kinderen in Amsterdam in armoede opgroeit. Niemand kan beweren dat sociaal-democratie niet meer nodig is.

Er is werk te doen, er blijft werk te doen, omdat het werk nooit af is. Sommige worden daar, best begrijpelijk, soms moedeloos van. Het gaat maar door, het is soms net sisyfusarbeid. Elke keer weer die rots omhoog sjouwen. Ik las laatst een interview in het Parool met de voorzitter van de VIP, de vrouwen in de PvdA. Zij uitte haar twijfels over het toelaten van vluchtelingen, omdat het verworven vrijheden onder druk zet. Zo’n redenatie gaat ervan uit dat we klaar zijn, dat de emancipatie is voltooid. Vrouwenrechten, homorechten zijn gewaarborgd, dus hek eromheen, klaar. We laten niemand meer binnen uit andere landen met een ander normen- en waardenpatroon.

Ik geloof daar niet in. Verworven vrijheden zullen we altijd moeten blijven bevechten. Natuurlijk mogen we nooit meer onze normen naar beneden bijstellen, maar ze mogen ook geen reden zijn om anderen uit te sluiten en al helemaal niet om weg te kijken bij een humanitaire crisis. Onze beweging heeft altijd geopereerd vanuit hoop en strijdvaardigheid. Laten we dat blijven doen en ons niet door angst van koers laten brengen.

En laten we ons beseffen dat we de strijd niet alleen voeren. Onder invloed van de vluchtelingencrisis verhardt het maatschappelijk debat op ongekende manier. De discussie raakt soms totaal ontspoord, er gebeuren dingen die een paar jaar geleden niet voor mogelijk had gehouden. Bij verschillende gemeentehuizen in het land wordt gescholden, met stenen gesmeten, gedreigd en bedreigd. Juist daarom moeten we als progressief links samenwerken. Elkaar stevig vasthouden en ondersteunen. Schouder aan schouder, voor een rechtvaardige samenleving. Zij aan zij om echt een stempel te drukken op het maatschappelijk debat. We moeten stoppen met elkaar op links de maat te nemen. Daardoor verzwakken we onszelf en elkaar. Wat mij betreft trekken de progressieve krachten op links nog steviger met elkaar op, om samen het alternatief te bieden.

Beste mensen, de sociaal democratie is nog springlevend. Ik zie het elke dag om me heen. De meeste mensen willen hun leven leven vanuit sociaal democratische waarden. Een goed leven. Met een goede balans tussen werk en gezin. En een eerlijk salaris. En een betaalbaar huis. En dat andere mensen het ook goed hebben. Ze hebben daar best wat voor over. En dat we aardig zijn tegen elkaar en elkaar proberen te begrijpen. En dat er goed onderwijs is voor hun kinderen. En voor alle andere kinderen. Het liefst een beetje gemengd door elkaar. En dat pech niet je eigen schuld is, dat mensen een duwtje in de rug verdienen, maar dat je een uitgestoken hand ook moet aannemen. Dat je kansen in het leven niet mogen afhangen van je afkomst, maar dat je je afkomst ook niet de schuld mag geven van vergooide kansen.

Ik ben er van overtuigd dat heel erg veel mensen mensen in hun hart en hoofd sociaal-democraat zijn. Maar al die mensen zullen we wel voor ons moeten blijven winnen. Dat is vandaag misschien lastiger dan in de tijd van mijn oma, maar we moeten door, we kunnen niet anders, onze taak is nog lang niet volbracht. Op naar de 100!

Deze tekst werd door Marjolein Moorman uitgesproken op de viering van de 70e verjaardag van PvdA in het Amsterdams Museum. Gesproken tekst geldt.

Marjolein Moorman

Marjolein Moorman

Wethouder Marjolein Moorman heeft de portefeuilles Onderwijs, Armoede en Schuldhulpverlening. Hiervoor was ze fractievoorzitter en Universitair Hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Marjolein heeft Communicatiewetenschappen gestudeerd en is gepromoveerd. Kijk ook eens op www.marjoleinmoorman.nl “Amsterdam is voor mij de mooiste stad op aarde. Een thuis voor 800.000 Amsterdammers. Ik wil dat in Amsterdam iedereen de

Meer over Marjolein Moorman