23 januari 2006

’Ik ben niet tegen de seksbranche’

Ze is blij dat gemeenten de misstanden in de prostitutie aanpakken. Maar er gebeurt niet genoeg, vindt het Amsterdamse PvdA-raadslid Karina Schaapman. Klanten van hoeren moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. En de overheid moet eindelijk eens een norm durven stellen. Niet de overlast voor de buurt, maar de mensonwaardige positie van vrouwen moet het argument zijn voor het sluiten van rosse buurten.

Ze is de politica van de prostitutie, tegen wil en dank. In 2004 schreef Karina Schaapman, PvdA-raadslid in Amsterdam, een autobiografisch boek waarin ze onder andere vertelt over haar vroegere leven als prostituee. Ze deed het om te voorkomen dat een journalist op een dag haar bewogen verleden zou onthullen. Schaapman kreeg als Amsterdamse onderwijsspecialist inmiddels landelijke bekendheid. In interviews werd ze steeds vaker naar haar privé-leven gevraagd. Het was wachten op ontdekking, zegt ze. Dat wilde ze voor zijn.

Sinds haar boek is Schaapman zo ongeveer fulltime bezig met het prostitutiebeleid. ’Het is nooit mijn portefeuille geweest en vanwege mijn verleden wilde ik dat ook niet’, zegt ze. ’Maar na het verschijnen van mijn boek werd ik overstelpt met reacties van sekswerkers, maar ook ouders en schooldirecteuren, die verdenkingen of misstanden te melden hadden. Die kon ik niet naast me neerleggen. Ik was de aangewezen persoon om er iets mee te doen, omdat ik vanwege mijn eigen ervaring gemakkelijker bij mensen binnenkwam en het vertrouwen won.’

Dat ze daardoor het stigma ’ex-prostituee’ heeft opgelopen, heeft haar behoorlijk dwars gezeten. ’Ik kan geen interview geven of het wordt genoemd’, zegt ze. ’Terwijl mijn boodschap hard genoeg is zonder dat ik mijn persoonlijke verhaal erbij betrek. Mijn tegenstanders in het prostitutiedebat halen mijn verleden als “ervaringsdeskundige” er steevast bij. Zoals vaker gebeurt bij vrouwen in de politiek, spelen zij op de persoon. Maar ik ben niet tegen de seksbranche en ik ben geen mannenhaatster. Ik wil alleen het debat over de misstanden op inhoudelijke argumenten voeren. Maar het is onontkoombaar. Ik heb me erbij neergelegd dat het predikaat ex-prostituee nooit meer weg zal gaan.’
Zonder condoom

Schaapman mag dan schoorvoetend aan haar prostitutiemissie begonnen zijn, ze toont zich dezelfde spitter en bijter die ze was als onderwijsspecialist. Illegaliteit, vrouwenhandel, criminele praktijken, mishandeling en verloedering: ze heeft er een waslijst aan feiten en cijfers over verzameld. Alles om aan te tonen dat in de seksbranche heel wat meer aan de hand is dan ’ellendige verhalen van een paar zielige vrouwen’.

Ze heeft de politieke wind mee. Althans, in gemeenten, waarvan er een aantal recentelijk de prostitutie aan banden hebben gelegd. In Amsterdam en Rotterdam werden de tippelzones gesloten, Arnhem heeft de rosse buurt in het al jaren door overlast geplaagde Spijkerkwartier opgedoekt. In Arnhem en Amsterdam zijn plannen voor een overdekt ’eroscentrum’, een soort bedrijfsverzamelgebouw voor prostitutie, met bewaking voor de veiligheid van hoeren en klanten.

In haar eigen stad is het college van B en W bezig met het oprichten van een gezondheidscentrum voor prostituees, legale én illegale. ’Lange tijd was de opvatting dat de overheid illegale prostituees geen zorg mocht bieden, omdat wat ze deden verboden was en ze geen belasting betaalden’, zegt Schaapman. ’Maar denk eens aan de infectieziekten die veel van deze vrouwen hebben en het besmettingsgevaar omdat veel mannen seks zonder condoom willen. Dat is een bedreiging voor de volksgezondheid, dus een algemeen belang.’

Kleine zelfstandigen
Burgemeester Cohen schreef vorig jaar een brief aan minister Donner van Justitie, waarin hij vraagt om een aparte prostitutiewet. Reden: Amsterdam kan de misstanden met de huidige regelgeving niet aanpakken. In 2003 deed de hoofdstad samen met Den Haag en Eindhoven ook al een dergelijk verzoek. Volgens Schaapman steunen de meeste grote gemeenten het voorstel. Maar een reactie van Donner bleef tot op heden uit.

’De feiten zijn bekend, maar de publieke verontwaardiging is kennelijk niet groot genoeg om druk op de politiek te leggen’, verklaart Schaapman de desinteresse op het Binnenhof. ’Prostitutie is een geaccepteerd verschijnsel en criminaliteit hoort daar nu eenmaal bij, vindt men. Het beeld heerst bovendien dat het merendeel van de prostituees het werk uit vrije wil doet. Maar de waarheid is anders. Vrouwen werken noodgedwongen mee aan hun eigen verkrachting en mensen kijken de andere kant op.’

Het bordeelverbod dat vijf jaar geleden werd opgeheven, heeft niet gebracht wat men ervan verwachtte. Door prostitutie te legaliseren zou de seksbranche gecontroleerd worden en de gezondheid en arbeidsrechtelijke positie van de vrouwen verbeteren, was de gedachte. Maar het liep anders. Steeds meer sekswerkers zijn juist verdwenen in de illegaliteit. Exploitanten van clubs en bordelen klagen over leegloop. ’Op papier zag het er goed uit, maar het blijkt niet te werken’, zegt Schaapman. ’Dat komt deels door onvoorziene ontwikkelingen. Internet en mobiele telefonie hebben een enorme vlucht genomen. Het is voor vrouwen goedkoop en gemakkelijk om met een webcam het net op te gaan of te adverteren met hun 06-nummer. Dan zijn ze bovendien eigen baas en hoeven ze van hun zuur verdiende geld geen belasting te betalen.’

Belangrijker oorzaak is echter dat de regulering van de seksbranche werd gemodelleerd naar de normen van de gewone maatschappij. Die regels gelden niet in de onderwereld, zegt Schaapman. ’Neem de arbeidsrechtelijke voorwaarden van vrouwen die in een seksclub werken. Zij zouden voor de belastingdienst kleine zelfstandigen worden, maar in de praktijk is er een sterke machtsverhouding blijven bestaan tussen de bordeelhouder en zijn werksters. De vrouwen zijn hoe dan ook afhankelijk van die man, want hij heeft de vergunning en kan ze eruit zetten als ze niet doen wat hij wil. Het heeft dus meer van een loondienstverhouding, maar als de vrouwen bijvoorbeeld ziek zijn kunnen ze fluiten naar hun rechten.’

Keurige mannen
Schaapman is blij met de huidige initiatieven van gemeenten, maar hamert er op dat er meer moet gebeuren. ’Alle kanten van de branche moeten gelijktijdig worden aangepakt’, zegt ze. ’Men richt zich nu vooral op de aanbodzijde, maar als de vraag niet wordt aangepakt, de klanten dus, heeft dat weinig zin.’ Haar voorstel: maak klanten bewust van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid, maak duidelijk waar ze aan meewerken als ze illegale vrouwen bezoeken die slecht worden behandeld. En vooral: zet ze aan tot het melden van vermoedens van foute praktijken.

’Het is een naar woord, maar het komt er wel op neer: jongens en mannen moeten hierin worden opgevoed’, zegt Schaapman. Is dat niet wat naïef? ’Ik geloof echt dat het helpt’, antwoordt ze stellig. ’Onder hoerenbezoekers zijn ook veel keurige mannen, die slecht op de hoogte zijn van wat er in die wereld speelt. Het beeld van de seksbranche is romantisch en avontuurlijk. Gevoed door de sfeer van de rode lampjes- buurten in films. Of door pornosites, waardoor het normaal lijkt dat je bij hoeren de meest extreme seks kunt halen. Dat is niet de realiteit. Laat in publiekscampagnes de mishandelde en verloederde vrouwen maar zien, dat zal zeker indruk maken.

’Ik spreek vaak op ROC’s over prostitutie. Die jongens hebben een heel verwrongen beeld van hoeren. Ze denken gewoon dat die vrouwen het zelf lekker vinden. Als ik ze meer vertel over de achtergronden van de prostituees op de Wallen, de omstandigheden waarin ze moeten werken en hen vraag wat ze ervan zouden vinden als hun zusje zo zou leven, dan binden ze in.’

Maar zelfs met massale publiekscampagnes zal er altijd een groep mannen overblijven voor wie ranzigheid en illegaliteit juist de kick is, beseft Schaapman. ’Aan de Keileweg in Rotterdam is het geturfd. De meeste bezoekers waren mannen in een grote Mercedes met een dikke portemonnee. Die rijden graag een paar extra rondjes om een zo laag mogelijke prijs te bedingen. En zolang er vrouwen zijn die kunnen kiezen tussen als seksslaaf werken of hun kind niet te eten geven, en criminelen die verdienen aan de illegale seksindustrie, is het een illusie dat de misstanden ooit zullen verdwijnen.’
Georganiseerde misdaad

Dat ontslaat de overheid echter niet van de plicht om keihard op te treden, vindt ze. Integendeel: de overheid moet veel meer dan nu een norm stellen. ’Voor gemeenten betekent dat bijvoorbeeld dat ze bij het sluiten van een tippelzone moeten zeggen: wij doen dat omdat we het niet toelaatbaar vinden dat vrouwen op een mensonwaardige manier worden uitgebuit. En niet: het levert te veel overlast op voor de buurt.’

Vooral de regering moet over de brug komen, want gemeenten kunnen dit onmogelijk oplossen. ’Het gaat niet alleen om vrouwen- en kindermishandeling, het gaat ook om georganiseerde misdaad. Het is een maatschappelijk en een economisch probleem.’

Het is volgens Schaapman hoog tijd voor een aparte prostitutiewet, zoals de burgemeesters van Eindhoven, Den Haag en Amsterdam al in 2003 lieten horen. Enkele onderdelen: verleen vergunningen niet langer aan seksexploitanten, maar aan prostituees. Op die manier kunnen ze bij een bordeel of pooier weg als ze slecht worden behandeld. Verplicht de sekswerkers ook tot registratie, zodat ze bekend zijn bij gezondheidsinstellingen. Het ondergronds verdwijnen in de illegale escort, zoals nu gebeurt, kan ondervangen worden door een verbod op seksadvertenties in dagbladen.

Of door alleen advertenties van geregistreerde prostituees toe te staan. ’Het is te gek voor woorden in dit land’, zegt Schaapman ironisch. ’We hebben een Warenwet die verplicht dat snacks in de patatzaak worden afgeschermd, omdat er anders per ongeluk speeksel van klanten op zou kunnen belanden. Maar met prostituees mag alles. Frikadellen worden hier beter beschermd dan vrouwen.’

Publieke figuur
Haar optreden tegen misstanden in de prostitutie heeft van Karina Schaapman een publieke figuur gemaakt. Wat betekent dat voor haar politieke ambities? Wethouder worden wil ze in elk geval niet. ’Het is niets voor mij om bij wijze van spreken twee keer per dag een speech te houden die door een ambtenaar is geschreven, en die boodschap naar buiten toe te verdedigen alsof je er alles van af weet. Ik houd ervan om diep in zaken te duiken en alle details uit te spitten. En ik ben een echte volksvertegenwoordiger. Mijn kracht is om dicht bij gewone mensen te opereren en hen te inspireren hun eigen situatie te verbeteren.’


Karina Schaapman (1960) is sinds 2002 gemeenteraadslid voor de PvdA in Amsterdam. Zij maakte, ook buiten de hoofdstad, naam als onderwijsspecialist. Over haar ervaringen als ouder met het Amsterdamse schoolsysteem schreef zij in 2000 het boek ’Schoolstrijd’. Begin 2004 verscheen haar autobiografische boek ’Zonder moeder’, waarin ze onder andere verhaalt over haar verleden als prostituee. ’Zonder moeder’ maakte een storm van reacties los en is inmiddels toe aan de zevende druk. Voorjaar 2007 wordt de Engelse vertaling verwacht. Momenteel werkt Schaapman samen met oorlogsverslaggever Arnold Karskens aan een boek over internationale prostitutienetwerken en mensenhandel. De komende raadsperiode staat zij opnieuw op een verkiesbare plaats op de kandidatenlijst van de Amsterdamse PvdA. Karina Schaapman is getrouwd en moeder van vier kinderen.