Auto’s in de stad

Zo’n 50 jaar was de auto koning in Amsterdam en was zijn dominante aanwezigheid in de openbare ruimte vanzelfsprekend. Maar met per jaar zo’n 10.000 nieuwe Amsterdammers en de miljoenen bezoekers en toeristen is de druk op onze openbare ruimte ondertussen immens groot. Gelukkig nemen we zelf steeds vaker de fiets en bezitten verhoudingsgewijs steeds minder Amsterdammers een auto. Zeker onder jongeren is autobezit niet populair.
  • Automobilisten die zich binnen de stad willen verplaatsen worden verleid de ringweg te nemen in plaats van een route dwars door de stad. Op meer plekken in de stad komen zogeheten knippen zoals op de Munt, waarbij meer ruimte komt voor fietsers, voetgangers en bestemmingsverkeer en doorgaand verkeer wordt omgeleid via routes met een betere doorstroming.
  • Bezoekers van Amsterdam worden verleid hun auto langs de A10 te parkeren en vervolgens met het openbaar vervoer de stad in te gaan. Hiertoe worden meer transferia gebouwd bij OV-knooppunten, met een goede verbinding met de stad. Hier zijn ook (elektrische) fietsen te huur. Natuurlijk zijn de parkeertarieven (niet-vergunningstarieven) in transferia lager dan in de stad.
  • De parkeergarages binnen de stad zijn zoveel mogelijk bestemd voor bewoners met vergunning. Het gewoon parkeren voor bezoekers wordt flink duurder en het aantal parkeerplekken op straat wordt minder. Zo kunnen we meer van onze openbare ruimte genieten en bijvoorbeeld onze fietsen beter stallen.
  • We stoppen met het bouwen van geldverslindende ondergrondse publieke parkeergarages in de stad. Voor alle garages wordt de opheffingsnorm op straat minimaal 1:1. Dat wil zeggen voor elke parkeerplaats in een garage gaat er tenminste één parkeerplaats van straat. Dit geldt ook voor garages die in aanbouw zijn zoals de Boerenwetering/Albert Cuypgarage.
  • Autodelen wordt steeds populairder. Daarom komen er 2500 plekken bij voor deelauto’s in de stad. Scooters mogen alleen parkeren in daarvoor bestemde parkeervakken. Via het Rijk wordt geregeld dat Canta’s en vergelijkbare voertuigen zonder invalidenvergunnning niet meer op de stoep mogen parkeren.
  • Het aantal parkeervergunningen in de binnenstad en de 19de eeuwse wijken wordt fors verminderd in overleg met de bewoners, in ruil daarvoor volgt herinrichting van delen van de openbare ruimte, zoveel mogelijk afgestemd op de wensen van omwonenden. Bestaande vergunninghouders worden verleid om hun vergunning op te geven voor autodelen en parkeren aan de ring. We introduceren ook vergunningszones waar bezoekers niet en alleen bewoners kunnen parkeren. De kraskaart voor 65 plussers blijft intact.
  • We vergeten niet dat sommige bewoners hun auto gewoon nodig hebben voor hun beroep of mantelzorg. Dat geldt natuurlijk ook voor bezoekende mantelzorgers of mensen met een beperking. Scholen krijgen een vergunning voor leraren die van buiten de stad komen. Waar noodzakelijk blijfter ruimte voor de auto.
  • Sinds de invoering van de Taxiwet is het chaos op de taximarkt. Er zijn te veel taxi’s en ze zijn wisselend van kwaliteit. Wij willen de scheiding tussen de opstap- en belmarkt opheffen. Platforms als Über mogen alleen toegankelijk zijn voor Amsterdamse taxichauffeurs die voldoen aan de door de gemeente gestelde kwaliteitseisen. Er komen meer handhavers bij taxistandplaatsen.
  • De vervuilende touringcars gaan nu eindelijk de stad uit. De binnenstad wordt verboden gebied voor ze. Voortaan zet de toeristische industrie haar klanten af bij OV-knooppunten.