Door Marjolein Moorman op 6 november 2015

Spreektekst Marjolein Moorman – interpellatiedebat

Afgelopen woensdag werd in de Gemeenteraad een interpellatiedebat gevoerd dat was aangevraagd door GroenLinks, PvdA, CDA en Partij voor de Dieren. Onderstaand vindt u de spreektekst van PvdA-fractievoorzitter Marjolein Moorman.

Voorzitter,

Noem het de ironie van het lot. Gisteravond was de boekpresentatie van Pieter Hilhorst. Pieter schreef een boek over de 16 stormachtige maanden die hij in de Amsterdamse politiek doormaakte. Het is een prachtig boek. Maar het is ook een boek wat verdrietig maakt. Want het gaat ook over verliezen in de politiek en hoe je jezelf kan verliezen.

Voorzitter, een paar uur voor de presentatie maakte D66 leider Jan Paternotte bekend al sinds augustus in het bezit te zijn van het onderwijsrapport van het Kohnstamm Instituut. Het rapport was hem opgestuurd door de wethouder. Het werd niet naar de rest van de raad gestuurd. Samen besloten ze dat er aanvullend onderzoek moest worden gedaan, voordat de raad er ook maar iets over te horen kreeg.

Voorzitter, je verliezen in de politiek wordt kwalijk zodra je het spel boven de inhoud gaat plaatsen. Dat je de wil om te winnen boven de waarheid zet. Dat je wegmoffelen verkiest boven transparantie, uit politiek opportunisme.

Voorzitter, de strijd tussen D66 en PvdA op het gebied van onderwijs is niet goed. Niet goed voor onze partijen, maar vooral niet goed voor de kinderen in de stad. Beide willen we hetzelfde: goed onderwijs voor alle kinderen. Zoals alle partijen trouwens , je kan daar geen patent opleggen. We zouden de krachten moeten bundelen, moeten leren van elkaars inzichten, in plaats van elkaar te bestrijden. We zouden samen moeten leren van het verleden, om het in de toekomst beter te doen voor de kinderen van de stad. En daarom waren wij het ook hartgrondig eens met Jan Paternotte dat er een evaluatie moest komen van het KBA. Want kennis helpt ons verder. Wat niet goed is, moet je verbeteren. En wat wel goed is, behouden. Zo simpel is het. En juist als je zoveel geld te besteden hebt voor onderwijs, is het goed om te weten hoe je je geld het beste kan uitgeven zodat je echt wat kan bereiken.

Voorzitter, noem me naïef, maar ik snap het gewoon niet. Een wethouder van een partij die democratie, kennis en transparantie hoog in het vaandel heeft staan, zegt te strijden voor goed onderwijs, lijkt er voor gekozen om de raad niet goed te informeren en democratische regels met voeten te treden. Dit wekt de schijn dat onwelgevallige informatie wordt achtergehouden voor politiek belang. En dat nota bene over onderwijskwaliteit.

Voorzitter, mijn fractie heeft haar oordeel nog niet klaar. Daarvoor moeten nog veel vragen worden beantwoord. Het feitenrelaas van gisteren geeft inzicht, en we waarderen het dat de wethouder zelf ook erkent dat dingen verkeerd zijn gegaan. Maar de brief van het college geeft ook aan dat zij zo transparant mogelijk inzicht wil geven in het proces rondom het onderzoek naar de kwaliteitsaanpak. Toch zijn er helaas nog veel witte vlekken, waar wij graag vandaag antwoord op krijgen.

Ten eerste, de toezegging over de vergelijking met Utrecht en Den Haag. Voorzitter er wordt meermaals naar verwezen in het feitenrelaas, maar er is simpelweg geen toezegging. Wij hebben er alle banden op nageluisterd, alle notulen op nageslagen, alle termijnagenda’s bekeken: Er is geen toezegging dat er in de evaluatie een vergelijking wordt gemaakt met Utrecht en Den Haag. Waar baseert de wethouder zich dan op dat de evaluatie nog niet volledig was omdat aan de toezegging tegemoet gekomen moest worden?

Voorzitter, en als de wethouder dan een vergelijking wil met Utrecht en Den Haag, waarom vraagt ze daar dan pas om na de definitieve rapportage? Waarom voegt ze die steden niet al aan de onderzoeksopzet toe waarin wel de steden Rotterdam en Almere staan? Waarom zegt ze daar niets over op 3 augustus als de vergelijking met Rotterdam en Almere wordt besproken. Waarom pas achteraf en na overleg met Jan Paternotte?

Voorzitter, wij hebben gevraagd om een volledige correspondentie met het Kohnstamm Instituut. Helaas stopt de correspondentie op 20 augustus. Waarom is er geen correspondentie meer daarna? Juist de periode daarna is cruciaal want op 25 en 26 augustus besluit de wethouder samen met Jan Paternotte en het fractiebureau van D66 dat er aanvullend onderzoek moet komen. Heeft de wethouder het Kohnstamm Instituut ooit wel laten weten, voor 20 oktober, dat er aanvullend onderzoek moest worden gedaan? Gisteren zegt het Kohnstamm Instituut op AT5 dat het rapport is besproken in de raadscommissie en dat daaruit het verzoek is gekomen om aanvullend onderzoek te doen. Hoe kan het Kohnstamm Instituut in die veronderstelling zijn? Wie heeft hen die informatie gegeven en op welke wijze en waarom zien we dat niet in het feitenrelaas?

En heeft de wethouder er bewijs van dat zij haar ambtenaren daar de opdracht voor heeft gegeven, zoals beweerd in het feitenrelaas? De wethouder veronderstelt op dat punt dat de ambtenaren de opdracht niet hebben uitgevoerd. Dat is op zijn minst opmerkelijk. Kan de wethouder daar meer inzicht in geven?

Voorzitter, het bevreemdt mijn fractie erg dat de extra opdracht aan het Kohnstamm Instituut pas op 20 oktober is verleend. 3 dagen na het verschijnen van het rapport in het Parool. Een dag daarna informeert zij de raad dat er een extra opdracht is verleend, maar vermeldt daarbij niet dat dat pas een dag eerder is gebeurd. Opnieuw is hier dus doelbewust het besluit genomen om de extra opdrachtverlening niet aan de hele raad voor te leggen met argumentatie. Waarom is dat niet gebeurd, toen deze kans zich opnieuw aandiende? En hoe beoordeelt de wethouder dat in het licht van het belang dat de raad stelt in onderzoek naar de kwaliteit van onderwijs en deze interpellatie vandaag?

Voorzitter, mijn collega Groot Wassink refereerde er net al naar, maar ik wil er ook nog een paar woorden over zeggen. Ik heb echt aanstoot genomen aan de insinuaties van sommige partijen dat stukken zouden zijn gelekt door ambtenaren, die vermeent affiniteit zouden hebben met de PvdA. Als u dit soort dingen beweert, en daarmee de integriteit van ambtenaren aan de hand van partijkleur in twijfel trekt, dan wil ik daar onmiddellijk bewijs van zien. Voorzitter, dit soort foute politiek spin kan echt niet en brengt het ambtelijk apparaat, de ambtenaren en de stad schade toe. Ik verzoek het college dan ook zich heel expliciet zich te distantiëren van dit soort insinuaties en vraag de fractievoorzitters in de raad om hetzelfde te doen. Het is laag en onwaardig en heel slecht voor het aanzien van de politiek.

Voorzitter, deze raad ligt de begroting voor. Voor 2016 wordt 42,5 miljoen extra geïnvesteerd in onderwijs. En dat is meer dan de hele KBA aanpak bij elkaar heeft gekost. Vindt de wethouder ook niet dat het tijdig versturen van het rapport van het Kohnstamm Instituut de raad relevante en belangrijke informatie had gegeven om haar oordeel te vellen hoe het onderwijsgeld volgend jaar zo goed mogelijk kan worden ingezet, zodat alle Amsterdamse kinderen daar maximaal van profiteren? En dat dat principe ten alle tijden leidend moet zijn in onderwijsbeleid?

Gesproken tekst geldt.

Marjolein Moorman

Marjolein Moorman

Wethouder Marjolein Moorman heeft de portefeuilles Onderwijs, Armoede en Schuldhulpverlening. Hiervoor was ze fractievoorzitter en Universitair Hoofddocent Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Marjolein heeft Communicatiewetenschappen gestudeerd en is gepromoveerd. Kijk ook eens op www.marjoleinmoorman.nl “Amsterdam is voor mij de mooiste stad op aarde. Een thuis voor 800.000 Amsterdammers. Ik wil dat in Amsterdam iedereen de

Meer over Marjolein Moorman