28 april 2020

Inzoomen op de crisis #1 – met theatermaker Michiel Schreuders

Michiel Schreuders (39) is theatermaker en muzikant in Amsterdam. Hij is zakelijk directeur van Tafel van Vijf Muziektheater en maakt familievoorstellingen waarmee hij optreedt in theaters in Nederland en België. We spraken hem voor onze serie ‘inzoomen op de crisis’ en zoomden met hem in op de vraag hoe de coronacrisis hem en zijn beroepsgroep raakt.

“Gelukkig voel ik de crisis financieel nog niet echt. Maar je merkt dat het borrelt onder je. Dat maakt de situatie heel schizofreen”, zegt Michiel wanneer ik hem online spreek. Het schizofrene zit hem erin dat hij aanvoelt dat we op de rand van een diep ravijn staan. Hij zou deze maanden veel spelen met twee voorstellingen, maar dat is allemaal afgezegd als gevolg van de overheidsmaatregelen.

Michiel was toevallig net in loondienst gegaan bij de twee theatergezelschappen waarvoor hij al werkte als ZZP’er. Dat maakt dat hij iets van een anker heeft in de storm die raast en dat geeft wat rust, ook voor zijn gezin. Hij woont met zijn vriendin, die als lerares werkt, en twee kleine kinderen in een vooroorlogse arbeidswoning in Amsterdam Nieuw-West.

Hij vindt het niet erg om even thuis te zitten – theatermakers als hij zitten buiten de theaterseizoenen wel vaker zo’n anderhalve maand thuis, tijd die dan gebruikt wordt om te componeren en nieuwe ideeën te ontwikkelen. In zulke periodes leven theatermakers van de spaarpot die ze tijdens het theaterseizoen hebben aangevuld. Hij maakt zich voor zijn persoonlijke situatie op de korte termijn dus nog niet al te ernstige zorgen, maar hij vreest de komende maanden.

Zorgen om de toekomst
“Ik ben heel erg bang voor de toekomst. Gaan scholen weer voorstellingen boeken? Durven mensen naar het theater te gaan, als dat weer mag? Durven mensen hun kinderen naar een voorstelling te sturen? En dan heb ik het nog niet eens over de enorme impact op de inkomsten. Door de 1,5 meter-afstandregel zullen bezoekersaantallen flink dalen. Dan heb je het over gigantische bedragen die je misloopt.

Een theatermedewerker berekende dat je in een zaal waar normaal 150 mensen in passen, je nog maar dertig mensen zou kunnen toelaten. Kijk naar wat dat met de kaartverkoop doet. Dat kan nooit uit. Theaterzalen zijn er juist op gebouwd om zo veel mogelijk mensen dicht op elkaar te zetten. Als je dat principe onderuithaalt, dan zijn theaters en bioscopen en andere vormen van vermaak met dat businessmodel niet meer houdbaar.”

En dan is er natuurlijk nog de economische crisis, waarvan we nu pas aan het begin zitten. Mensen die minder geld te besteden hebben, schalen uitgaven aan zaken als kunst, film en theater terug. Dus nog even los van de veiligheidsfactor qua corona, komt er nog een tweede klap overheen voor de theatersector. Ook daarom zal de sector de handen ineen moeten slaan, niet alleen om innovatief te zijn maar ook om iets te doen aan de prijzen. “Er zijn heel goede solovoorstellingen. Dat kost minder.”

‘In principe gaan we ervan uit dat alle kosten voor ZZP’ers stoppen’
Maar bovenal vindt Michiel het pijnlijk om te zien wat er in de theaterwereld om hem heen gebeurt. Hij werkt veel samen met acteurs, geluidmensen, tekstschrijvers, regisseurs, decorbouwers en lichtmensen. Dat zijn voor het grootste deel ZZP’ers en onder hen vallen keiharde klappen.

“Ik ken een geluidsman. ZZP’er, woont in Noord-Brabant met zijn vriendin en twee kindjes. Zij is ook ZZP’er, een dansdocent. Hij verwachtte de komende maanden volop werk te zullen hebben, maar bij beiden zijn de opdrachten in één keer opgedroogd. Je mag dan aanspraak maken op de speciale uitkeringsregeling voor ZZP’ers die door het kabinet is opgetuigd, maar er is óók een regel die stelt dat je maar één uitkering per huishouden krijgt. Hij krijgt dus nu €1500 per maand, maar alleen al de hypotheek is €1200 want ze moesten een huis. Die mensen zijn gewoon fucked. Ze zijn best wel in paniek.”

Intussen probeert Michiel met Tafel van Vijf te doen wat ze kunnen voor de ZZP’ers waarmee zij werken. Daarbij loopt hij tegen rare tegenstrijdigheden aan. Het Fonds voor de Podiumkunsten riep theaterproducenten op ZZP’ers zo veel mogelijk te blijven betalen als de financiën dat toelaten.

“Wij hebben een redelijke financiële buffer opgebouwd, dus wij zeiden tegen een acteur dat hij zijn uren gewoon kan blijven factureren. Maar het gekke is: aan de ene kant is er die oproep van het fonds om ZZP’ers te behandelen als werknemers. Maar als je als organisatie aanklopt bij de gemeente voor financiële steun, dan verwacht men daar juist dat je opdrachten aan ZZP’ers stopzet.

Ik ontving het inventarisatieformulier voor steun van de gemeente. In de instructie staat letterlijk: ‘in principe gaan we ervan uit dat alle kosten voor ZZP’ers stoppen’. Als je toch doorbetaalt, wordt die kostenstijging niet meegerekend in de verliezen die je moet opgeven – juist de reden waarom je om steun vraagt. Dat staat haaks op de oproep van het landelijke Fonds voor de Podiumkunsten. En denk nog eens aan die geluidsman die met zijn hele gezin moet rondkomen van €1500. Wat als die nou gewoon doorbetaald had kunnen worden?”

Met spoed gezocht: slimme innovaties in de theaterbranche
De slechte vooruitzichten nopen tot innovatief nadenken in de theaterbranche over nieuwe vormen waarin beleving centraal blijft staan, want daar gaat het om in theater.

Zo denkt Michiel na over variaties op het concept van de drive in-bioscoop. “Dat je op het festivalterrein van Pinkpop met je theatergroep op het podium staat en het publiek in hun auto’s zit. Of bostochten met koptelefoons.”

Hij hoopt dat creatieve theaterdirecties slimme manieren bedenken om op de één of andere manier toch een theaterbeleving te creëren. “Er wordt gedacht aan registraties van voorstellingen online te zetten. Prima, maar dan wordt het gewoon een film. Dan kun je als publiek net zo goed Netflix aanzetten; film is een heel ander soort beleving dan theaterbezoek. En dan zit je ook nog met de inkomstenkwestie. Ik zit er niet echt op te wachten.”

Slagveld
Door alles heen loopt nu ook het feit dat theaterproducenten hun subsidieaanvragen bij de kunstfondsen hebben ingediend. Dat zijn vooral plannen gebaseerd op de realiteit van de ‘oude wereld’ van vóór corona. De fondsen gaan gewoon door met hun normale manier van beoordelen, zo weet Michiel, maar niemand weet hoe de wereld er in september uit ziet, als het theaterseizoen weer begint. En op de achtergrond spelen langlopender processen.

“Impressariaten, dus de agenten die voorstellingen van kunstenaars verkopen aan theaters, beginnen aankomende september met het verkopen van voorstellingen voor het daaropvolgende seizoen. Impressariaten moeten aan de slag met campagnemateriaal voor de voorstellingen die zij moeten verkopen, maar je weet nu niet hoe de wereld er straks uit ziet. Men gaat er nu maar vanuit dat het straks, na de zomer, allemaal weer goed is.”

Hij zucht. “Het landschap is een slagveld geworden.”

________________________________

Reactie vanuit de fractie: Hendrik Jan Biemond (woordvoerder Kunst & Cultuur)
“Dit verhaal van Michiel legt de huidige pijn in de cultuursector confronterend bloot en staat ook niet op zichzelf. De afgelopen weken heb ik al veel van dit soort signalen vanuit Amsterdamse artiesten, theatermakers en kunstenaars ontvangen. Het is pijnlijk dat de hardste klappen van deze crisis vallen in een sector die ons zo lief is en die we misschien wel het hardste nodig hebben om er straks weer uit te komen. Niet alleen omdat de Amsterdamse cultuursector 10.000 mensen een inkomen biedt en honderdduizenden mensen vermaak, maar ook omdat de cultuursector het kloppende hart van creativiteit en vernieuwing is in de stad. En creatief en vernieuwend zullen we moeten zijn de komende tijd.”

“De korte termijn staat daarom wat mij betreft in het teken van redden wat er te redden valt. Daar hebben we het rijk bij nodig, maar we moeten ook kijken hoe we dat lokaal kunnen vertalen. Zo heb ik vorige week een motie ingediend waarin we de wethouder onder andere vragen om samen met financiële deskundigen de mogelijkheden te inventariseren voor noodhulp, juist ook aan culturele instellingen die normaliter geen subsidie van de gemeente ontvangen. Ook heb ik aan het college gevraagd of we als stad subsidie uitkeringen aan culturele instellingen van later dit jaar naar voren kunnen halen. Dit kan denk ik lucht geven zonder dat het de stad extra geld kost. Ik ben benieuwd naar de reactie hierop. ”

“Heb jij een idee of suggestie om de huidige pijn door de crisis in de culturele sector te verzachten en heb je daar de gemeente bij nodig? Laat het mij dan weten. Tot slot wil ik iedereen in de Amsterdamse cultuursector heel veel sterkte en succes wensen de komende tijd. We’re in this together.”

Hendrik Jan Biemond
Raadslid PvdA Amsterdam
h.biemond@raad.amsterdam.nl