Door op 28 augustus 2017

Opinie: samenwerken, radicaliseren of voortmodderen?

In dit opinieartikel analyseert Toon Geenen de stand van de PvdA na de dramatische verkiezingsuitslag van maart 2017.

Sinds de grote nederlaag van de PvdA is onze partij er nog niet in geslaagd de eigen situatie eerlijk onder ogen te komen. Waar ik had gehoopt dat het behalen van slechts negen zetels zou leiden tot grote veranderingen, bespeur ik veel struisvogelgedrag en apathie. Een paar voorbeelden: het grijsgedraaide idee dat de PvdA een ‘brede volksbeweging’ moet worden, optimisme over een zeer geringe zetelwinst in de eerste peilingen na de verkiezingen, beweginkjes binnen de partij die vooral een lanceerplatform zijn voor persoonlijke campagnes en een uittocht van jong talent. Het maakt dat ik steeds meer ‘op weg naar de uitgang’ ben en mij afvraag of het zinvol is om tijd te steken in de PvdA. Dat is voor iemand als ik, al jaren zeer actief voor de PvdA, een rotgevoel.

Wat had ik dan graag gezien? Ik had gehoopt dat veel partijleden zouden begrijpen dat de rol van de PvdA zoals die was nu echt is uitgespeeld. Je op de borst kloppen over dat de PvdA een bestuurderspartij is, is lachwekkend als zevende partij van het land. Ik hoor te vaak dat het verlies eenmalig is en ‘als we hard werken’ weer enorm kunnen groeien. Men lijkt niet in te willen of kunnen zien dat de PvdA in de huidige vorm ten dode is opgeschreven. Volgens mij zijn er drie mogelijke opties over hoe nu verder: de De PvdA kan proberen echt werk te maken van linkse samenwerking, de PvdA kan ‘radicaliseren’ en de PvdA kan voortmodderen.

Linkse samenwerking

Met steeds meer zekerheid stevenen we af op een situatie waarin zowel de PvdA, de SP als GroenLinks in de oppositie zitten. De PvdA en de SP zijn (helaas) niet in goede doen, GroenLinks is (gelukkig) sterker dan ooit. Allerlei Max-van-Weezelclicheś over linkse samenwerking ten spijt, is samenwerking die verder gaat dan gezamenlijke voorstellen in de Tweede Kamer doen niet alleen mogelijk maar ook noodzakelijk. Het zou niet meer mogen gebeuren dat ‘rechts’ een pact kan sluiten met een van de linkse partijen (lees: de PvdA) waardoor er vooral veel strijd en verdeeldheid ontstaat die afleidt van de echte strijd, namelijk die tegen ‘blauw’ en ‘bruin’ rechts.

Tot mijn grote verdriet is de oproep tot linkse samenwerking van Ronald Plasterk die hij daags na de verkiezingen deed meteen neergesabeld. Natuurlijk was het de verkeerde boodschapper en het verkeerde moment, maar dat betekent niet dat het onzin was. Ik word moe van partijgenoten die de verschillen met GroenLinks en de SP opblazen of allerlei verre verledens erbij halen die zouden bewijzen waarom het niet kan. Ik word boos als de partijtop niet verder komt dan een lijntje als ‘linkse samenwerking daarover moet je niet praten, dat moet je gewoon doen’. Ik weet niet eens wat daarmee bedoeld wordt, maar in ieder geval wordt er niet bedoeld dat blokvorming, gezamenlijke fracties, stembusakkoorden en dergelijke prioriteit krijgen.

Gelukkig is er af en toe ook een ander geluid te horen. Zo heeft Tijn Croon, de voorzitter van de Amsterdamse Jonge Socialisten, onlangs een lans gebroken voor verregaande linkse samenwerking. Ik hoop dat de nieuwe partijvoorzitter wil gaan voor linkse samenwerking die verder gaat dan wat we tot nu toe hebben gezien, en eigenlijk de draad oppakt vanaf tot waar ‘Een Ander NL’ van Cohen, Roemer en Sap een paar jaar geleden zijn gekomen. Tot nu toe is een dergelijk signaal van een van de kandidaten nog uitgebleven. Ik acht de kansen dat de PvdA voor onverbloemd kiest voor linkse samenwerking klein, omdat te veel mensen in de PvdA te veel vertrouwen hebben in het eigen kunnen, en omdat persoonlijke ambities van mensen binnen zowel de PvdA, GroenLinks als de SP elkaar te veel in weg zitten. Eeuwig zonde, want een sterk links blok zou meer kunnen bereiken dan drie relatief kleine partijen die elkaar bevechten.

Radicale PvdA

Een tweede, en veelgehoorde, optie na de verkiezingsnederlaag is de ‘radicalisering’ van de PvdA. De PvdA zou ‘terug’ naar ‘de bron’ moeten. Stoppen met altijd maar verantwoordelijkheid willen nemen en vechten voor de eigen idealen. Het is onmiskenbaar waar dat de PvdA veel eerder onderdeel is van de gevestigde orde dan van de linkse bewegingen met energie die nu in grote delen van de Westerse wereld opkomen. De PvdA kan de afgelopen vijfentwintig jaar moeilijk worden beticht van sociaal-democratische beleid:​ ​van het​ ​criminaliseren​ ​van​ ​uitkeringsgerechtigden en het​ ​bezuinigen​ ​op​ ​ontwikkelingshulp,​ ​tot grootschalige​ ​privatiseringen​​ ​en​ ​de flirts met​ ​nationalisme​​. Bijzonder is dat dit ook al vijfentwintig jaar te lezen is in partij-rapporten en op straat te horen is in gesprek met kiezers. Inhoudelijk ligt er genoeg basis voor een ‘radicalere’ koers: Van Waarde en De bakens verzetten. Maar de partij doet er eigenlijk – in ieder geval in daad – vrij weinig mee.

Hoe komt dat toch? Een veelgehoorde verklaring is dat al die mooie grote ideeën en/of hoge eisen van kiezers zijn niet (meer) waar te maken in de huidige wereld. Er is geen ruimte voor de politiek van Van Waarde of klassieke verzorgingsstaten in ‘de nieuwe realiteit’. Een vreemde redenering, gezien de veel moeilijkere strijd die geleverd is om überhaupt een verzorgingsstaat te krijgen. Dit there is no alternative-verhaal is nogal zwak, en mist iedere steun onder kiezers.

Waarschijnlijker is het dat grote delen van de PvdA zelf onderdeel zijn van het huidige maatschappelijke systeem en dit eigenlijk ook een goed systeem vinden. Veel vertegenwoordigers van de PvdA deinzen toch vaak terug om als het puntje bij het paaltje komt leraren echt een substantiële loonsverhoging te geven of topinkomens binnen de publieke sector te beknotten. Laat staan het huidige economische systeem echt te veranderen.

Daar zit ook de tragiek: de meeste (actieve) PvdA-leden willen helemaal niet dat de PvdA radicaliseert en afscheid neemt van haar oude rol als bestuurderspartij net een beetje links van het centrum (dat steeds meer naar rechts opschuift). Mijn stelling is dat hoewel veel partijkader best kan leven met stevige teksten en beloften over een radicalere PvdA er in de praktijk heel weinig van zal komen. Dat verklaart ook waarom de vele ‘afrekeningen’ met de koers van de PvdA in de jaren negentig, zoals de Den Uyllezing van Wouter Bos in 2010 of de verkiezing van Hans Spekman als voorzitter, niet hebben geleid tot een andere koers. Het ongeloof in ‘echt links beleid’ en de voorkeur voor compromissen die ‘net wat minder slecht’ uitpakken blijft ongebroken, zelfs nu er nog maar negen zetels over zijn. Meedoen (aan regeringen), serieus worden genomen als ‘betrouwbare’ partij door pers en rechtse partijen en ‘realistisch’ zijn worden allemaal belangrijker gevonden dan kiezen voor een radicaal geluid. Daar komt nog bij dat zowel de SP als GroenLinks op een bepaalde manier nu al een radicalere versie van de PvdA zijn. Dus zelfs als de PvdA echt zou gaan voor een radicale koers, dan nog is de PvdA niet aantrekkelijk en ook overbodig.

Voortmodderen

Tot nu toe kiest de PvdA vooral voor voortmodderen. Mijn schrikbeeld is dat de PvdA over paar jaar ‘per ongeluk’ 18 zetels haalt en dan concludeert dat de partij ‘weer terug’ is. De CDA-route noem ik dit. Niemand kan echt goed uitleggen waar het CDA voor staat, maar ze hebben wel wat zetels gewonnen en vieren het alsof ze de grote winnaars zijn. De PvdA is zich – onbewust – aan het voorsorteren op deze route. De overbekende riedel over welke weg de PvdA moet inslaan, al te lezen in een dikke stapel verjaarde rapporten, was ook weer te vinden in het rapport-dat-geen-rapport mag heten van Paul Depla. In een reeks bijeenkomsten die qua energieniveau het meeste weg hadden van een familieverjaardag in een bejaardenhuis is precies niets nieuws opgeschreven dat niet al benoemd was in lijvige stukken na eerdere nederlagen. Toch lijkt iedereen – inclusief de kandidaten voor het partijvoorzitterschap – het idee om van de PvdA een ‘brede volksbeweging’ te maken van harte te steunen.

Voor mij is dat onbegrijpelijk. De PvdA is momenteel niet relevant, het ‘volk’ of allerlei ‘bewegingen’ kijken wel uit om zich te verbinden aan de PvdA. Het streven naar die brede volksbeweging hebben we al al jaren, zonder resultaat. Als het niet lukt als grote oppositiepartij, of als regeringspartij met 38 zetels, waarom zou het dan in vredesnaam wel lukken met 9 zetels? Ik vind het een lege en veilige vlucht van de ernst van de situatie waar de PvdA zich in bevindt. Alsof we door allemaal ons beste beentje voortzetten ‘tegen de stroom inroeien’ en dan een beweging weten neer te zetten die grote delen van de samenleving duurzaam aan zich bindt. Het is een mooie droom, maar hij past totaal niet bij de uitgangspositie van de huidige PvdA. De uitgangspositie, voor wie zich dat nog mocht afvragen, is die van een partij waar weinig mensen op hebben gestemd, die nauwelijks vertrouwd wordt en waarvan weinigen energie krijgen.

Overigens kan ik mij niet voorstellen dat het meeste van wat ik tot nu toe heb opgeschreven door de knappe koppen op het partijbureau en op de burelen van de Tweede Kamerfractie niet gedeeld wordt. Ook zij zullen inzien dat de PvdA in de huidige vorm geen toekomst heeft. Er zal vast wel eens worden gedroomd over een Macron-scenario, waarbij een of meerdere politici zich losmaken van de zinkende PvdA-tanker. Maar ook hierbij geldt weer dat, los van de verschillen tussen Nederland en Frankrijk in politieke cultuur en kiessysteem, andere partijen en hun politici betere kaarten hebben. Waarom denken zoveel mensen in onze partij altijd dat ‘onze mensen’ zo populair zijn? Als het hebben van al die populaire mensen tot maar zo weinig zetels leiden, zou je ook kunnen opmaken dat die mensen misschien toch niet zo populair zijn.

In ieder geval heeft de PvdA sinds 15 maart vooral veel dingen gedaan die op voortmodderen lijken. Natuurlijk kan je niet verwachten dat er binnen een paar maanden enorme stappen worden gezet. Maar juist door het uitgerekte afscheid van Spekman, de commissie-Depla en maken van allerlei keuzes zonder fundamenteel plan zijn er vooral ‘voortmodder’-stappen gezet.

Hoop en vrees

In één ding raakte de gelegenheidsgroep ‘kies voor de toekomst’, kort na de verkiezingsnederlaag opgericht in een poging de partijtop met de neus op de feiten te drukken, een gevoelige snaar: de manier waarop de partijleiding omgaat met kritiek. En met partijleiding bedoel ik niet alleen de nationale figuren, maar ook op provinciale of gemeentelijke niveaus. Kritiek wordt als persoonlijke aanval opgevat, gewantrouwd en niet serieus genomen. Zelfs na een recordverlies is die houding niet verandert. Veel kritiek wordt met kinderachtige trucjes onschadelijk gemaakt, bijvoorbeeld door ‘een gesprek’ waarna niets verandert. Veel kritiek wordt ook simpel afgegaan met de vraag ‘wat stel jij dan voor?’. En ongetwijfeld zal mijn reactie aan diezelfde behandeling ten deel vallen. Ongetwijfeld is mijn verhaal cynisch, negatief en zuur. Bovendien heb ik geen kant-en-klare oplossingen, al stel ik voor veel meer willen nadruk te leggen op linkse samenwerking. Daar ligt volgens mij de enige sleutel tot een politieke beweging die de Nederlandse samenleving kan veranderen. Ik vrees dat de PvdA ervoor kiest lippendienst te bewijzen aan de ‘radicale’ PvdA en in de praktijk blijft voortmodderen. Tot de volgende verkiezingen, die ongetwijfeld met lichte winst wordt afgesloten waarna we weer gaan regeren in een rechts kabinet.

Ik hoop natuurlijk dat ik fout heb, maar allerlei tekenen wijzen hier wel op. Ik vraag mij steeds vaker af waarom ik eigenlijk nog zo actief ben voor een partij die – ook na een grote afstraffing – niet wil kiezen voor het verwezenlijken van linkse idealen in resultaten, maar vasthoudt aan een verleden dat nooit meer toekomst wordt. Maar ergens hoop ik dat ik, onderweg naar de uitgang, struikel over een steentje dat mijn ongelijk bewijst.